ARBEIDSDESKUNDIG ONDERZOEK

Niemand vindt het prettig om (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt te zijn. Voor zowel de werknemer als de werkgever is het daarom belangrijk om te weten wat de mogelijkheden voor werkhervatting in de eigen organisatie of daarbuiten zijn. Een arbeidsdeskundige brengt deze opties middels een onderzoek in kaart. Een arbeidsdeskundig onderzoek richt zich op de drie belangrijkste vragen: Wat kan de werknemer aan? Wat zijn reële verwachtingen? Hoe zit het met wet- en regelgeving?

Wanneer in te zetten?

Het arbeidsdeskundig onderzoek kan zinvol zijn in één van de volgende situaties:

  1. een werknemer geeft door aan (langdurige) ziekte het werk niet meer aan te kunnen
  2. het is onduidelijk of een zieke werknemer de eigen functie weer kan hervatten en wat zijn of haar arbeidsmogelijkheden zijn tijdens of na het ziekteverzuim;
  3. het re-integratieproces verloopt, zonder duidelijke oorzaak, moeizaam;
  4. het einddoel van de re-integratie is onvoldoende gedefinieerd.

Het resultaat

De werkgever krijgt door het onderzoek inzicht in de mogelijkheden van de werknemer en het wordt duidelijk welke verwachtingen reëel zijn. De arbeidsdeskundige adviseert over de oplossingen die kunnen leiden tot duurzame werkhervatting of passende arbeidsalternatieven binnen of buiten de organisatie.

Werkwijze

Afgestemd op de specifieke vraag bestaat het arbeidsdeskundig onderzoek uit de volgende onderzoeksstappen:

  1. inventarisatie om de vraagstelling te formuleren aan de hand van gesprekken met werkgever en bedrijfsarts;
  2. gesprekken met werkgever en de werknemer over de functie, eigen inzichten, mogelijkheden en knelpunten en het CV;
  3. bedrijfsonderzoek dat de mogelijkheden van de organisatie in kaart brengt;
  4. analyse en rapport met onderzoeksresultaten en afspraken voor een plan van aanpak;
  5. eventueel vervolg zoals overleg met UWV en arbodienst of voorlichting over financiële ondersteuningsmogelijkheden voor de werkgever.